De Marokkaanse vissoep kan zowel warm als koud opgediend worden.
Vissoepen worden in Marokko vrijwel uitsluitend langst de kust gegeten.
Aan de Atlantische kust van Marokko worden voor deze soep
verschillende soorten vis gebruikt, waarbij de harder favoriet is.
De harder wordt hier weleens witte zalm genoemd.
Verhit je kookpot en laat de olie er even in walsen.
Fruit de ui wat glazig en voeg er de visgraten en afval bij.
Giet er vervolgens een 2 liter water op en breng het tot aan het kookpunt.
Voeg er nu de azijn, de look en de peterselie aan toe.
Temper het vuur en laat alles een 20 minuutjes trekken.
Leg nu de saffraandraadjes een tiental minuutjes in een kommetje koud water.
Je kan in de plaats ook wat kurkuma aanmaken met een twee lepels koud water.
Zeef nu de bouillon door een doek of een fijne zeef.
Breng de bouillon opnieuw aan de kook, voeg de saffraan samen met het vocht
of het kurkumamengsel toe.
Leg vervolgens de vis in de bouillon en voeg er ook de paprikablokjes bij.
Laat alles nu een vijftal minuutjes koken.
Proef nu van de soep en voeg naar smaak eventueel wat zout en cayennepeper toe.
Roer er nog een lepeltje citroensap door en klaar.
Dien de soep op in een voorverwarmde terrine, stuif er wat kaneelpoeder over en
geef er het platte Marokkaanse brood bij.